Strafrechtadvocaat Groningen

De twee armen van Justitie

Twee jaar geleden ontmoette ik Mohammed op het politiebureau. Zo op het eerste gezicht een vriendelijk ogende, welopgevoede jongeman. Twee jaar eerder was hij gevlucht voor het oorlogsgeweld in Irak. In de tussentijd had hij zich de Nederlandse taal behoorlijk machtig gemaakt, maar vanwege zijn vluchtelingenstatus mocht hij hier nog niet werken. Nu werd Mohammed zelf verdacht van geweld. Het ging om een straatroof door twee daders waarbij een flink som geld en een mobiele telefoon buit waren gemaakt.

Mohammed wist van niks. Uit onderzoek van de politie bleek echter dat hij in elk geval een uur na de straatroof in het bezit was van de buit gemaakte mobiele telefoon. Verder bleek uit zendmastgegevens van zijn eigen telefoon dat hij ten tijde van de straatroof in die buurt moest zijn geweest. Het leek daarom logisch dat Mohammed voorlopig te gast zou blijven bij justitie.

Er was echter meer. Volgens Mohammed had hij de telefoon die avond gekocht van een donkere man in de binnenstad. Het slachtoffer had verklaard dat zij was overvallen door een donkere man met een bivakmuts en een licht getinte man. Bij een fotoconfrontatie herkende het slachtoffer de foto van Mohammed niet als een dader. Na 43 dagen zonder contact met de buitenwereld (anders dan met mij) vond de rechtbank het genoeg en beëindigde de voorlopige hechtenis.

Nadien nam Mohammed trouw met enige regelmaat contact met mij op. Hij liet dan weten in welk asielzoekerscentrum hij verbleef. Na een half jaar vernam ik plotseling niets meer van hem, totdat hij mij een jaar later belde. Hij had een dagvaarding ontvangen en verbleef op een detentieboot in Rotterdam. Waarom wist hij niet. Ik maakte een afspraak om hem daar te bezoeken. Hoewel ik inmiddels vele gevangenissen van binnen heb gezien zal dit bezoek mij lang heugen. Langs de kade lagen twee pontons met daarop drie hoog opgestapelde wooncontainers voor totaal ruim 800 vreemdelingen. Zes of meer mannen op één cel. Alles uiteraard voorzien van tralies. Van beide boten liepen twee smalle loopplanken, één voor bezoekers en één naar een kleine kooi op de kade als luchtplaats. Eind vorige jaar heeft de rechter de Nederlandse staat verboden vreemdelingen hier langer dan zes maanden te huisvesten. Mohammed verbleef daar toen inmiddels ruim acht maanden en werd daarom weer overgeplaatst.

Eén week voor de zitting belde Mohammed mij weer op. Hij stond weer op straat, maar wel met een brief in de hand dat hij binnen 24 uur het land diende te verlaten omdat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning was afgewezen. Mohammed wist het ook niet meer, hij wilde namelijk heel graag naar de zitting. Naar de zitting om zijn onschuld te bewijzen. Maar dat mocht dus niet van de Minister van Justitie. Hij moest immers die dag het land verlaten, ook al heeft hij op grond van het EVRM het recht aanwezig te zijn ter zitting. Toch wilde Mohammed het wel uitleggen aan de rechter, hoe het allemaal zat. Uiteindelijk schreef hij mij een brief in het Arabisch, bedoeld om aan de rechter te overhandigen.

De ter zitting aanwezige tolk was zo vriendelijk de brief aan de rechtbank voor te lezen. Het was een prachtige brief waarin zo ongeveer het volgende was te lezen: “Mijnheer/mevrouw de rechter. Graag had ik vandaag aanwezig willen zijn om mijzelf te verdedigen. Helaas is dit niet mogelijk gebleken, aangezien ik heden uw land moet verlaten. Ik had u ervan willen overtuigen dat ik niets heb gestolen. Dat heb ik nooit in mijn leven gedaan. Evenmin heb ik ooit enig geweld gebruikt. De enige fout die ik heb gemaakt is het kopen van een telefoon op straat. U moet mijn afwezigheid beslist niet verkeerd opvatten. Ik was u dit alles liever persoonlijk komen vertellen, maar dat is mij niet gegund.”

Mohammed werd veertien dagen later door de rechter vrijgesproken. Hij heeft recht op enige duizenden euro’s aan schadevergoeding. Misschien kan hij daar ooit een beter bestaan van opbouwen. Het nieuwe kabinet moet hem dan wel eerst nog een verblijfsvergunning verlenen. Tot die tijd zit Mohammed ergens ondergedoken om uit de armen van justitie te blijven.