Strafrechtadvocaat Groningen

Principes

Iedereen heeft ze, hoewel ze in aard en omvang behoorlijk kunnen verschillen. Als advocaat krijg je er regelmatig mee te maken. Vaak verdwijnen ze, als puntje bij paaltje komt, als sneeuw voor de zon. Een enkele keer niet. Willem was zo’n geval.

Mijn kennismaking met Willem was jaren geleden op het politiebureau. Ik bezocht hem daar als piketadvocaat, omdat hij was aangehouden voor een poging tot doodslag. Dat is niet niks. Zeker niet als later blijkt dat Willem er van wordt verdacht opzettelijk met hoge snelheid tegen een politieauto te zijn aangereden. Die auto, met daarin twee agenten versperde hem de weg. Doorvoor kan je jaren achter de deur verdwijnen.

Wat bijzonder was aan Willem was dat hij niet met mij wilde praten, hetgeen tamelijk ongebruikelijk is voor een verdachte die vast zit op het politiebureau. Om mij van zijn standpunt te vergewissen heb ik toen nog in de deuropening van zijn cel gestaan, waarop hij mij te kennen gaf bijstand door een advocaat niet nodig te vinden. Met de gedachte: “Die draait nog wel bij”, verliet ik het politiebureau.

Drie dagen later vond de voorgeleiding plaats voor de rechter-commissaris. Normaal vindt die plaats in de rechtbank. Niet bij Willem. Willem was namelijk nogal principieel. Vanaf zijn aanhouding was hij niet alleen gestopt met eten maar ook met drinken. Daarnaast weigerde hij uit zijn cel te komen. Vandaar dat de rechter-commissaris, de griffier en ikzelf naar het politiebureau moesten voor de voorgeleiding. Deze vond plaats in de cel. Bij binnenkomst gaf Willem te kennen niet te willen meewerken aan de voorgeleiding. Vervolgens sloot hij zittend op zijn matras de ogen, en stopte met zijn vingers zijn oren dicht. De rechter-commissaris niet voor één gat te vangen brulde: “Uit eigen ervaring weet ik dat als ik wat harder praat u mij wel kunt horen!”. Willem zweeg. Daarop vervolgde de rechter-commissaris met hetzelfde volume de rest van de voorgeleiding.

Gelukkig zat er in het dossier naast de verklaringen van de agenten een verklaring van een neutrale getuige. Deze verklaarde dat Willem met lage snelheid en heel voorzichtig en beheerst zijn auto tegen de politieauto had aangezet, om deze vervolgens door het geven van enig gas aan de kant te duwen. De rechter-commissaris oordeelde de aanhouding onrechtmatig, aangezien er geen enkele sprake was van een poging tot doodslag, en stelde Willem onmiddellijk in vrijheid. Toen de echo van de beslissing was weggeëbd bleef het stil. Willem zat daar nog steeds met de ogen en oren gesloten. Wij als bezoekers van zijn cel keken elkaar aan. Er gebeurde nog steeds niets. Voorzichtig tikte ik hem aan. Willem opende zijn ogen en even later zijn oren. Ik zei: “Je mag naar huis, dat heeft de rechter-commissaris zojuist beslist.”. Willem knikte.

Een tijd later moest Willem voorkomen, nog steeds voor poging doodslag. Zowel telefonisch als schriftelijk probeerde ik hem ervan te overtuigen dat hij zich moest laten bijstaan door een advocaat. Willem vond het niet nodig. Later kwam mij ter ore dat hij zelfs niet naar de zitting was gegaan om zichzelf te verdedigen. De rechter heeft hem toen overigens wel vrijgesproken.

Onlangs kwam ik Willem weer tegen. Nog steeds zeer principieel, maar net iets minder. Hij wilde graag door mij worden bijgestaan. Ondanks het resultaat van zijn principiële houding destijds, vond hij het nu verstandiger om toch een advocaat te nemen. Zijn keuze was op mij gevallen, omdat ik destijds zijn wensen had gerespecteerd.