Strafrechtadvocaat Groningen

De dakloze hond

Niet iedere strafzaak is wat het lijkt. Vaak blijkt het zo te zijn dat in de kleinste dossiers en de grootste bagatelzaken juridisch hoogst interessante verweren verborgen zitten. Voor advocaten is dat leuk, hoewel de doorsnee PVV- of TON-stemmer zich waarschijnlijk mateloos zal ergeren aan deze ‘verkwisting’ van overheidsgeld. De zaak van meneer Chan die ik jaren geleden bijstond, was ook zo’n zaak. Het dossier had weinig meer om het lijf dan 10 A4-tjes. De dagvaarding daarentegen was bijzonder. Aan Chan was namelijk ten laste gelegd dat hij artikel 1 van het Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond had overtreden. Voor dit feit was mijn cliënt een transactie aangeboden voor € 250,- welke hij had geweigerd te betalen, zodat hij gedagvaard was.

U zult ongetwijfeld begrijpen dat ik voor de voorbereiding van deze zaak de wettekst er toch even bij heb moeten pakken. Eerlijk gezegd had ik nog nooit in mijn leven gehoord van het Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond. Het besluit bleek te bestaan uit slechts 7 artikelen, die tal van regels geven over de huisvesting van honden indien ze aan een ketting liggen of in een ren zijn ingesloten. Zo moet de ketting een minimale lengte hebben van 2 meter, mag het gewicht niet groter zijn dan 300 gram per meter en mogen de schakels geen grotere maat hebben dan 20 mm. Ook aan het hok worden strenge eisen gesteld. Het moet onder meer op poten staan van minimaal 10 cm hoogte en de (houten) vloer is tenminste 3 cm dik. Ook moet er een zindelijk drinkbak aanwezig zijn met vers drinkwater op een voortdurend bereikbare plaats. Alle overige regels laat ik hier maar even achterwege, maar de lijst is nog lang. Kort gezegd komt het er op neer dat iedere hond recht heeft op dak boven zijn hoofd.

Meneer Chan werd verweten dat hij al deze regels niet had nageleefd. Eigenlijk klopte dat ook wel. Bij een aantal controles door de politie was gebleken dat de bak met drinkwater was bevroren. Bovendien was de ketting te kort en was de omgeving zeer sterk vervuild door de vele uitwerpselen en half bevroren modder. Ook van het hok deugde niets. Het stond er, maar daarmee was misschien ook wel alles gezegd. Het was in elk geval duidelijk dat meneer Chan - net als ik - het Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond nooit eerder had ingezien. Eerlijk gezegd denk ik dat de noodzaak van dergelijke regels meneer Chan volstrekt ontging. Zijn land van herkomst speelde daarin misschien ook wel een rol. In China staan immers honden en katten geregeld op het menu en vindt ook een levendige handel plaats in de huiden van deze dieren.

Zo aan het einde van deze column vraagt u zich misschien af wat er dan juridisch interessant was aan deze zaak. Behalve het ten laste gelegde feit was dat het volgende. Destijds was de maximum geldboete die kon worden opgelegd wegens overtreding van het Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond € 225,00 (een geldboete van de eerste categorie) terwijl de aan meneer Chan aangeboden transactie € 250,00 was. De economische politierechter was het met mijn verweer eens en legde de maximale geldboete op van € 225,00.

Ook voor dit soort zaken wordt uw belastinggeld dus gebruikt. Dat is goed. Hoe klein of onbeduidend een zaak ook is, het blijft de taak van de advocatuur om de rechter te wijzen op een juiste toepassing van de wet- en regelgeving. Daarmee is uiteindelijk een hoger belang gediend. De advocaat is immers de poortwachter van het recht. Hij dient de rechtsstatelijke waarden te verdedigen.