Strafrechtadvocaat Groningen

Feestje

Als strafrechtadvocaat wordt op feestjes steevast naar je mening gevraagd over strafzaken waaraan in de media aandacht wordt besteed. De HIV-zaak zou daarvan een voorbeeld kunnen zijn. Dat is nog niet het ergste. Dergelijk vragen worden echter meestal gevolgd door andere vragen, waarbij het uiteindelijk uitmondt in de vraag: Hoe kan je iemand verdedigen waarvan je weet dat ie het gedaan heeft? Dat ‘het’ is dan meestal een ernstig delict. En met dat ‘verdedigen’ wordt dan meestal het pleiten voor vrijspraak bedoeld. De term ‘vormfout’ speelt in die vraagstelling ook vaak een rol.

Eigenlijk is het helemaal niet zo moeilijk. Een chirurg kijkt tijdens een operatie toch ook niet naar het bloed. Zo is het ook met strafrechtadvocaten: je verdedigt niet de daad, maar de verdachte. De tenlastelegging en het dossier bepalen daarbij grotendeels je werk. Het enige waar het om draait, is of op basis van het dossier hetgeen op de tenlastelegging staat vermeld wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het openbaar ministerie is overigens in strafzaken verantwoordelijk voor de samenstelling van het dossier en voor de inhoud van de dagvaarding.

Het gaat vanuit het advocatenperspectief dus om een soort puzzel. Laten we zeggen een puzzel van 1000 stukjes, waarvan uiteindelijk moet blijken of er misschien eentje ontbreekt. Wij helpen de rechter als het ware bij het leggen van de puzzel. Als we zien dat er één of meer stukjes ontbreken zeggen we dat tegen de rechter. Misschien weet u uit eigen ervaring hoe vervelend het is om, bij het leggen van een gloednieuwe puzzel, er op het laatst achter te komen dat er stukjes ontbreken. Maar dat is niet de schuld van de legger maar van de producent. Dergelijke puzzels horen niet in de winkel te liggen.

Bij die feestjes geef ik vaak als voorbeeld Peter. Peter werd verdacht van een flinke bedreiging. Hij zou iemand met een mes op de keel hebben bedreigd bij de methadonpost. Daarbij waren ook nog woorden gebruikt: “Ik snij je helemaal open”. Uit de aangifte bleek dat er op dat moment zeker 30 mensen stonden te wachten bij de methadonpost. Niet één van hen was als getuige gehoord door de politie. Ook was er geen mes aangetroffen bij mijn cliënt. Het resultaat was dat ik de rechter hierop wees en hem voorhield dat de politie er kennelijk niet in was geslaagd om ook maar één getuige te vinden die het verhaal van de aangever kon bevestigen. De puzzel was niet compleet. Peter werd vrijgesproken.

Na afloop van de zaak stonden Peter en ik samen met een stagiair van mijn kantoor in de lift van de rechtbank op weg naar beneden. Peter – nog opgetogen van de vrijspraak – wendde zich tot de stagiair en zei: “Moet jij je voorstellen. Stond ik daar voor hem met het mes op zijn keel….”. Toen de stagiair en ik alleen terugliepen naar ons kantoor, kon hij slechts verbijsterd uitbrengen: “Hij heeft het écht gedaan”. Ook bij hem duurde het even om te begrijpen dat de vrijspraak het gevolg was van de samenstelling van het dossier en niet de schuld was van de advocaat.

Het is belangrijk dat ons rechtssysteem zo werkt. Het moet voorkomen dat een verdachte ten onrechte wordt veroordeeld. We willen niet meer Schiedammer Parkmoorden, Puttense moordzaken en Lucia’s de B. Daardoor kan het ook gebeuren dat af en toe een verdachte ten onrechte niet wordt veroordeeld. Maar zegt u nou zelf: wat is erger?

Oh ja. Na deze uitleg moet u mij wel iets beloven, voor het geval ik u tref op een feestje ….