Strafrechtadvocaat Groningen

Dierlijke geluiden

Als strafrechtadvocaat krijg je regelmatig te maken met cliŽnten die psychische of psychiatrische problemen hebben. Die problemen zijn er uiteraard in allerlei soorten en maten: van lichte gedragsproblematiek tot ernstige persoonlijkheidsstoornissen. Vaak is deze problematiek in het kader van de strafzaak ook voorwerp van onderzoek. Het doel is dan doorgaans om vast te stellen of de verdachte te tijden van het delict, waarvan hij wordt verdacht, ook leed aan een stoornis die van invloed was op zijn handelen. Op die manier wordt getracht de mate van toerekeningsvatbaarheid vast te stellen. Is een verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar ten tijde van het delict dan is hij niet strafbaar en wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij krijgt dan geen straf, wel kan dan de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis worden opgelegd. Deze situatie komt weinig voor, u moet dan denken aan daders die in een psychose zaten toen zij het delict pleegden. Nog zeldzamer zijn verdachten die ten tijde van de berechting in een psychose verkeren.

Dit alles brengt mij op Hamid. Ook in zijn hoofd scheen van alles zeer ernstig in de war. Hij werd verdacht van bedreiging van een treinconducteur. In verband daarmee was hij ook gehoord door de politie en had daarover in een samenhangend verhaal een verklaring afgelegd. Na het verhoor kon Hamid het politiebureau weer verlaten. Tot zover niets aan de hand.

Ik leerde van Hamidís bestaan op een middag toen de telefoon ging. Een politierechter belde mij. Zij was een zitting aan het voorbereiden en was na lezing van dit dossier tot de conclusie gekomen dat Hamid een advocaat moest hebben. Of ik dat wilde doen. Ze vroeg zich namelijk af of deze verdachte wel in staat was de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Als de verdachte daartoe niet in staat is schrijft de wet voor dat de vervolging geschorst dient te worden. Ze overwoog daarom zijn zaak de volgende dag aan te houden voor nader onderzoek. Daarom dus die advocaat.

Uit het dossier bleek later ook wel waarom. Hamid zat (in verband met een ander feit) een straf uit, maar deed dat wel in de EBI in Vught. Dit is een extra beveiligde inrichting, bedoeld voor zeer gevaarlijke gedetineerden. Het regime daar wordt niet door iedereen als humaan beschouwd. Zo dienen bijvoorbeeld gedetineerden alvorens ze uit hun cel komen eerst de handen door een luik te steken, zodat ze alvast geboeid kunnen worden. In het dossier zat een verslag van een hulpverlener die getracht had met Hamid te spreken: ďToen ik het luikje opende om in de cel te kijken, kroop betrokkene weg in een hoekje. Hij leek zeer angstig. Op aanspreken reageerde hij uitsluitend door het produceren van dierlijke geluiden. Er is geen gesprek met hem te voeren.Ē Hij was ooit als vluchteling naar Nederland gekomen. Vermoedelijk hadden zijn ervaringen in het land van herkomst nu hun tol geŽist.

Vol goede moed maakte ik een afspraak om Hamid te gaan bezoeken. Vanuit de inrichting werd mij nog gevraagd of ik achter een glazen wand met mijn cliŽnt wilde spreken. Ik vroeg mij af of dat nodig was en wimpelde het voorstel af. Wat heb ik immers als advocaat te vrezen van mijn eigen cliŽnt? Daags voor het bezoek werd ik gebeld door de inrichting. Hamid was vertrokken, met onbekende bestemming: de straf die hij moest uitzitten zat er op. Uiteindelijk heb ik Hamid nooit gezien of gesproken, doordat hij niet reageerde op mijn brieven. Wel bleek veel later dat de wirwar in zijn hoofd kennelijk weer enigszins geordend was. Een psychiater die in opdracht van de politierechter onderzoek had gedaan kwam tot die conclusie. Hamid werd bij verstek veroordeeld.

Het strafrechtsysteem heeft zijn werk gedaan. Bij mij blijft echter de vraag hoe Hamid nu verder door het leven gaat? Ik zal het nooit weten.