Strafrechtadvocaat Groningen

Vonnis in kort geding levenslang gestrafte tegen de Staat

(18-09-2014)

Vandaag, 18 september 2014, heeft de voorzieningenrechter in Den Haag uitspraak gedaan in het kort geding dat door mr. M.C. van Linde namens zijn cliŽnt Loi Wah C. was aangespannen tegen de Staat. De Staat is veroordeeld om binnen 14 dagen een begin te maken met activiteiten gericht op resocialisatie. CliŽnt zit sinds 9 oktober 1987 een levenslange gevangenisstraf uit die hem uiteindelijk door het gerechtshof in Den Haag werd opgelegd.

De voorzieningenrechter heeft cliŽnt op diverse belangrijke punten in het gelijk gesteld. Zo is door de rechter overwogen dat de beslissing op het vijfde gratieverzoek in strijd met de bepalingen van de Gratiewet tot stand is gekomen. Daarnaast oordeelde de rechter dat de wijze van herbeoordeling door de Staat van het laatste gratieverzoek van cliŽnt in strijd is met artikel 3 EVRM. De Staat hanteert namelijk ten onrechte een toetsingskader dat niet aansluit bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechtvan van de Mens (EHRM).

Met name de laatste overweging zou naar oordeel van mr Van Linde invloed kunnen hebben op het gratiebeleid bij levenslang gestraften. Tot ongeveer 2004 voerde de Staat een beleid dat er op neer kwam dat levenslang veroordeelden gemiddeld na een periode van 18 jaar in vrijheid werden gesteld middels gratie. Door het Forum Levenslang is al in 2011 een wetsvoorstel ontwikkeld dat voorziet in een procedure die de veroordeelde de mogelijkheid biedt de noodzaak van verdere tenuitvoerlegging van de straf aan de rechter voor te leggen.

De beslissing van de voorzieningenrechter dat met activiteiten gericht op resocialisatie moet worden gestart is uitvoerbaar bij voorraad, hetgeen wil zeggen dat de Staat aan deze veroordeling moet voldoen ook als hoger beroep zou worden ingesteld.

Klik hier voor de volledige uitspraak.